Piceu

Competitie zaterdag, 30 april, 2016

Door Peter Boel

 

De schoonheidsprijs van de achtste KNSB-ronde gaat de grens over. Dat gebeurt niet zo vaak, hoewel er toch aardig wat buitenlanders aan onze competitie meedoen. Het ging ditmaal tussen Tom Piceu en André Bouwmeester. De Belg Piceu won voor zijn zege op de gerenommeerde grootmeester Dimitri Reinderman na lang gewik en geweeg van juryleden Hans Ree en Herman Grooten de prijs, het door New In Chess opnieuw uitgebrachte Dynamic Chess Strategy van de Roemeense grootmeester Mihai Suba.

"Na een wat merkwaardige variant in het Hollands haalt Reinderman veel zware stukken weg van de koningsvleugel. Daar weet Piceu, een handige Belgische tacticus, wel raad mee. Hij geeft een stuk voor drie pionnen en een fors initiatief. Maar de grootmeester slaagt er aanvankelijk in om het redelijk bij elkaar te houden", schrijft Grooten. Na Reinderman's waaghalzerige 23e zet mist wit even de elegante pointe die hij eventjes later wel vindt, en ondertussen heeft hij niets bedorven. "Ik denk dat zwart na wits stukoffer voor 3 pionnen geen goede verdediging meer heeft", stelt Ree. "Zijn stukken staan beroerd en op de koningsvleugel is er een groot gat in het gebit."

Piceu - Reinderman

1.d4 f5 2.g3 Pf6 3.Lg2 g6 4.Ph3 Lg7 5.Pf4 Pc6 6.d5 Pe5 7.h4 c6 8.Pc3 cxd5 9.Pcxd5 Pxd5 10.Pxd5 Pf7 11.c3 e6 12.Pf4 d5 13.Le3 0-0 14.Db3 a5 15.a4 Ld7 16.0-0 Db8 17.Tfd1 Tc8 18.h5 g5 

19.Pxd5!

Wat is er logischer?

19...exd5 20.Lxd5 Le8 21.Lxg5 Tc6!?

Na iets als 21...Dc7 22.Le6 zal zwart die kwaliteit toch moeten geven. Dan maar zelf het initiatief nemen - of in ieder geval die schijn wekken.

22.Lxc6 bxc6 23.De6 Dxb2?

Maar nu gaat Reinderman echt te ver. Wit heeft hier een fraaie weerlegging die ik nu nog niet verklap, omdat hij later toch op het bord komt.

24.h6 Lf8 25.Lf6 Dc2 26.Td3 Lxh6

27.Ld8!!

Dat was hem - hier nog sterker dan drie zetten eerder! De loper op e8 is gevangen.

27...Lf8 28.Dxe8 Db3 29.Tad1 Dxa4 30.Td7 Db3 31.e4 Pxd8 32.exf5

Reinderman hoopte wellicht nog even op het aardige 32.Txd8?? Dxd1+.

32...Tb8 33.T1d4 Db1+ 34.Kg2 Dxf5 35.Txd8

Maar nu kan wit wel gewoon pakken, en dit is zelfs voor een gelouterde grootmeester te veel. Zes zetten later gaf Reinderman op.

 

André Bouwmeester versloeg een op papier sterkere tegenstander met een interessant, en naar het oordeel van beide juryleden gewoon sterk, nieuwtje in de Najdorf-Siciliaan. Ree: "14.Pf4 is een nieuwtje dat zwart het mes op de keel zet. Het is wel de eerste keuze van mijn Stockfish. Begrijpelijk dat zwart daarna niet steeds de beste verdediging vindt. Wit speelt krachtig verder."

Bouwmeester - Senders

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6 6.Lg5 Pbd7 7.Dd2 e6 8.0-0-0 b5 9.f3 Lb7 10.Kb1 Le7 11.h4 h6 12.Le3 b4 13.Pce2 d5

14.Pf4!

Dit schijnt een nieuwtje te zijn. Er was nog een partij bekend met 14.exd5, maar na 14...Pxd5 15.Lf2 Tc8 16.Pb3 0-0 17.Pf4 P7f6 18.Pxd5 Pxd5 19.Ld3 a5 ging het prima met zwart in Ascic-Palac, Zadar 1997.

14...Pc5

Op het cruciale 14...e5 heeft wit 15.Pfe6 fxe6 16.Pxe6 Da5 17.Pxg7+ Kf7 18.Pf5 met twee pionnen voor het stuk en een aantrekkelijke aanvalsstelling. Bovendien zit er al een derde pion aan te komen na bijvoorbeeld 18...h5 19.a3 (nog wat sterker lijkt eerst 19.Th3). Een sterk nieuwtje dus!

15.e5 Pfd7 16.Ph5 Kf8

Wit heeft zijn doel bereikt. Hij kan nu gewoon de pion op b4 slaan, maar besluit vol voor de aanval te gaan.

17.De1 Pxe5 18.f4?!

Dit klopt helaas niet helemaal. Goed was 18.Ld2 Ped7 19.Lxb4; of 18.Dxb4 , maar het witte vizier staat op de andere kant gericht.

18...Pc6?!

Nu komt het weer goed voor wit. Taaier was 18...Pg4 19.Dg3 f5, maar ook hier houdt wit mooie kansen, bijvoorbeeld 20.Le2! g6 21.Lxg4 fxg4 22.f5! gxh5 23.fxe6 Lf6 24.Thf1 Kg8 25.Df4 (25.e7!? Lxe7 26.De5) 25...Pe4 26.Pf5 met een razende aanval voor het stuk.

19.f5 Pxd4 20.Lxd4 Tg8

21.f6!?

Lovenswaardige aanvalslust. Objectief het beste was 21.De3, waarna het gaat kraken bij zwart.

21...gxf6 22.De3 Pe4 23.Dxh6+ Ke8 24.Ld3 Tg6 25.Dh7

Maar ook hier kraakt het!

25...f5 26.Lxe4 fxe4 27.Thf1 Txg2 28.Txf7 Dd6

Geeft wit de kans het aardig uit te maken, maar alles wint hier.

29.Txe7+ Dxe7 30.Pf6+ Kf8 31.Lc5 1-0

Een zeer goede tweede!

 

Groots en meeslepend was de partij tussen de sterke grootmeesters Gawain Jones en Friso Nijboer. Menig Meesterklasser was bezweken onder het aanvalsgeweld van de Engelsman, maar Nijboer heeft wel met andere bijltjes gehakt.

Grooten omschrijft het duel als volgt: "Een zwaar gevecht waarin Jones de eerste is die de lont in het kruitvat steekt. Nijboer laat zich dan ook niet onbetuigd. Het is een meeslepend duel waarin de zwarte koning het halve bord over wordt gejaagd, maar ondertussen de witte koning onder vuur wordt genomen. Als die dreigingen te veel worden en zwart een kwaliteit voor komt, volgt er een lange technische fase waarin Nijboer op knappe wijze een grote vis op het droge trekt." "Als ik er bij was geweest had ik geapplaudisseerd", beaamt Ree. "Maar ik weet niet goed voor welke passage ik een prijs zou moeten geven." En ook voor welke speler...?

Jones - Nijboer

1.c4 f5 2.Pc3 Pf6 3.d4 d6 4.Lg5 Pbd7 5.Dc2 g6 6.0-0-0 Lg7 7.h4

Beide partijen hebben al duidelijk gemaakt dat dit geen kleurloze remise gaat worden.

7...c6 8.Ph3 e5 9.e3 h6 10.Lxf6 Dxf6 11.Le2 Pf8

Slaan op h4 komt niet in aanmerking. Na 12.Pf4 mag zwart ook nog f2 pakken en ook nog e3, maar daarna zijn alle lijnen geopend voor een verschrikkelijke aanval van wit.

12.dxe5 dxe5 13.g4! Ld7

13...fxg4 14.Pe4 De6 15.Pd6+ Ke7 is ook niet serieus. Maar de computer wil nu wel op h4 slaan omdat g6 is gedekt en 14.Pf4 dus geen zin heeft.

14.gxf5 gxf5 15.Lh5+ Kd8

16.c5

Een ander plan is 16.Db3 Kc7 17.Da3. Wit dreigt nog niets concreets, maar vele velden in de zwarte stelling zijn 'zacht'.

16...Kc7 17.Da4 Pe6 18.Da5+

Dit is de harde methode. Zoals Richard Vedder schreef op Schaaksite rezen de haren van diverse En-Passanters ten berge, maar vond Nijboer het wel meevallen. Achteraf...?

18...b6 19.cxb6+ axb6

20.Txd7+

De consequentie! Na 20.Db4 Pc5 staat zwart geweldig.

20...Kxd7 21.Dxb6 Thb8

Nu hebben beide partijen aanval! En beide partijen staan goed - of slecht. Het glas is halfvol of halfleeg. Zo schaken we in de 21e eeuw.

22.Td1+

22...Pd4!

Weer de enige zet. De c6-pion geven is dodelijk hier, want zwart heeft nog een paar tempi nodig voor de aanval. De tekstzet betekent een offer van de kleine kwal, want zwart mag de dame niet slaan wegens een aftrekje op e5.

23.exd4 exd4 24.Dc5 De5?!

Handiger was 24...De7 met de pointe 25.Dc4 Tb4.

25.Dc4 Ta5 26.Kb1 Kc7 27.Lf3

Een lichte aarzeling. Wit kon de vaart erin houden met 27.Df7+ Kb6 (27...Kc8? 28.Pf4! Dxf4 29.Dg8+ Kb7 30.Dxg7+ en 31.Dxd4) 28.f4 Df6 29.Pe2 c5?! 30.Tg1!.

27...Tc5 28.Df7+ Kc8 29.Tg1!?

Een nogal riskante winstpoging. Met 29.Pa4 kon wit altijd voor eeuwig schaak op g8 en f7 gaan. Nu wordt de zwarte tegenaanval ook weer sterk.

29...dxc3 30.Dg8+ Kb7 31.Dxg7+ Ka6 32.b3

Mogelijk beter was 32.Dxe5 Txb2+ (32...c2+? 33.Kc1 Txe5 34.Pf4 Ta5 35.Pd3 en alles staat goed bij wit; nu kan hij pionnen gaan rapen) 33.Kc1 Txe5 34.Pf4 Txa2 35.Pd3 Tb5 36.Tg6 en ook hier neemt het paard een belangrijke verdedigende taak voor zijn rekening. Zwart moet uitkijken dat het niet bergafwaarts met hem gaat.

32...c2+ 33.Kc1 Dd6 34.Le2+ Kb6

35.Lc4?

Nu kan zwart de aanval overnemen. 35.Dg3 was aangewezen hier, maar waarom dan niet drie zetten eerder de dames ruilen? De zet is ook niet makkelijk te vinden in een tijdnoodfase. Er kan volgen: 35...Te5 36.Lc4 Da3+ 37.Kxc2 Dxa2+ 38.Kc1 (38.Kc3? Td8!) en nu kan zwart het beste eeuwig schaak geven omdat 38...Td8?? niet opgaat wegens 39.Dxe5 Dd2+ 40.Kb1.

35...Td8! 36.Kxc2

Gedwongen, maar nu gaat gewoon het paard op h3 eraf.

36...Dd3+ 37.Kb2 Dxh3 38.Dc3 Dxh4

En zwart won het eindspel met de extra kwaliteit.

 

Het duel Lanchava-Van der Heijden volgde lange tijd bekende theoretische wegen. "Tea speelt een echte opening, bravo!", schreef Ree. Een nog bekend kwaliteitsoffer werd gevolgd door een "interessante slagenwisseling" (Grooten), waarin Lanchava het voortouw neemt. Nadat Van der Heijden een fantastische redding mist, gaat hij ten onder. Dat was ook wat Lanchava van de prijs hield: "Het mooie van deze partij zit vooral in 28...Lb8, wat niet gespeeld werd", vond zowel Grooten als Ree.

Lanchava - Van der Heijden

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pf3 Lg7 4.Pc3 0-0 5.g3 d6 6.Lg2 Pbd7 7.0-0 e5 8.e4 c6 9.h3 Te8 10.Le3 exd4 11.Pxd4 Pb6 12.b3 d5 13.exd5 cxd5 14.c5 Pbd7 15.Pdb5

Allemaal nog overbekend. De eerste partij met deze stelling was een trainingspartij tussen Botwinnik en Ragozin, Moskou 1941, waar zwart 15...Pe4 deed.

15...Txe3 16.fxe3 Pxc5 17.Pxd5 Pxd5 18.Lxd5

En dit kwam nog voor in een partij Veresov-Lilienthal, drie jaar later in het kampioenschap van de USSR in de Russische hoofdstad, waar zwart op h3 sloeg.

18...Dg5

19.Lxf7+!?

Dit is gek genoeg nieuw. Eerder zijn de verdedigende zetten 19.Df3 en 19.Kh2 gespeeld - onder het motto: de dreiging tegen f7 is beter dan de uitvoering.

19...Kh8 20.Kh2 Le5

Direct 20...Pe4 verhindert het witte antwoord.

21.Tf4!

Een Russisch kwaliteitsoffer - om in de sfeer te blijven.

21...Pe4 22.Dg1?!

Het voordeel van wits vorige zet was dat zij hier 22.Df3 had kunnen spelen, en na 22...Dxg3+ (22...Pd2 23.Dg2 Lxa1 24.Dxd2 Le5 25.Lc4 gevolgd door Pd6 is goed voor wit) 23.Dxg3 Pxg3 24.Kxg3 Lxa1 25.Pd4 Ld7 26.Ld5 staat wit actiever, wat opweegt tegen het loperpaar en de betere structuur bij zwart.

22...Pxg3

Nu had zwart echter 22...Dh5! 23.h4 De2+ 24.Dg2 Pxg3 en deze afwikkeling is beter voor hem dan wat in de partij gebeurt: 25.Dxe2 (25.Kxg3? Dxe3+) 25...Pxe2 26.Te1 Pxf4 27.exf4 Lxf4+ 28.Kg2 Ld7 met goede winstkansen.

23.Td1!?

Ook hier weer 23.Dxg3 Dxg3+ 24.Kxg3 Lxa1 25.Pd4.

23...Pe4 24.Dxg5 Pxg5 25.Td8+ Kg7 26.Tg8+ Kh6 27.Lc4 Pxh3

28.Te8

28.Txc8 Lxf4+ 29.exf4 Txc8 30.Kxh3 levert een ongeveer gelijkstaand eindspel op.

28...Lxf4+?

Nu gaat er een stuk verloren. In zijn verslag op de website van BSG gaf Edwin Baart de onwaarschijnlijke redding 28...Lb8!! aan.

(analysediagram)

Een schitterend motief! Zwart blokkeert de dekking van zijn c8-loper om het materiaal dan met een aftrekschaak terug te winnen. Na 29.Txc8 Lxf4+ 30.exf4 Txc8 31.Kxh3= hebben we weer het remise-achtige eindspel, en vreemd genoeg heeft wit wel tijd, maar geen nuttige zetten: ook 29.Pd4 Pxf4 30.Txc8 Pd5+ 31.Txb8 (na 31.Kh3 Pb6 32.Te8 Ld6 is het wit die voor remise moet vechten) 31...Txb8 32.Lxd5 is min of meer gelijk.

29.exf4 Pxf4 30.Pd6 Kg5 31.Pxc8

En wit won het eindspel, wat nog niet zo eenvoudig was:

31...h5 32.Te5+ Kg4 33.Pd6 Td8 34.Pe4 h4 35.a4 Td4 36.Lf1 Kf3 37.Pg5+ Kf2 38.Lc4 a6 39.a5 Pd3 40.Ph3+ Kf3 41.Ld5+ Kg4 42.Tg5# 1-0

 

Dan volgt nu een ingezonden partij uit de wedstrijd HSG-Caïssa 2 in de tweede klasse B. "Een sterk staaltje van openingsvoorbereiding", aldus Grooten. "Als ik het goed zie, is 17...Pf6 de nieuwe zet en moest de witspeler 18.Txd5! op eigen kracht vinden. Hij heeft gelijk als hij zegt dat hij de beste zetten heeft gevonden, maar heel moeilijk was dat in mijn ogen niet." Ree vond ook dat het aandeel van de voorbereiding te groot was voor een schoonheidsprijs. Maar de partij is het naspelen zeker waard!

Het commentaar is van de witspeler.

Lindeman - Willemsma

[aantekeningen Johan Lindeman]

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2 Pf6 4.e5 Pfd7 5.Ld3 c5 6.c3 Pc6 7.Pdf3 cxd4 8.cxd4 f6 9.exf6 Pxf6 10.Ph3!?

Inleiding tot de gemene variant. Het verschil met de hoofdvariant 10.Pe2 is dat de e-lijn alvast open is voor wits toren.

10...Ld6 11.0-0 0-0 12.Te1 Dc7

Wat is er nu zo gemeen aan deze variant? Zwart heeft alleen maar normaal uitziende zetten gespeeld, maar komt nu in de problemen na wits volgende zet.

13.Phg5

De bedoeling van wit wordt nu duidelijk: pion e6 is nu twee keer aangevallen. Wat gaan we daar tegen doen?

13...e5?

Geen 13...e5 in ieder geval; deze zet verliest.

Nog niemand heeft 13. ..Te8 gespeeld tegen mij en dat is dan ook wel verstandig, want dan volgt een offer op h7: 13...Te8? 14.Pxh7! Pxh7 15.Lxh7+ Kxh7 16.Pg5+ Kg6 (16...Kg8 17.Dh5 Dd7 18.Te3 Kf8 19.Tf3+ Ke7 20.Dh4 Tg8 21.Tf7++-) 17.Dd3+ Kf6 18.Df3+ Ke7 19.Df7+ Kd8 20.Pxe6+ Lxe6 21.Lg5+ Pe7 22.Txe6 Lxh2+ 23.Kh1 Ld6 24.Dxg7 a5 25.Tae1+-. Wit heeft twee pionnen voor een paard, maar heeft alles onder controle. Volgens de computer is het +1.50 voor wit.

Regelmatig wordt hier 13....Pd8 tegen mij gespeeld, maar dat is positioneel een slechte zet. Wit krijgt volledige controle over veld e5. Op IM-niveau staat wit hier dan al gewonnen. Voor mij met een rating van 1982 nog een hele klus: ik heb deze stelling dan ook wel eens verloren. 13...Pd8 14.Pe5+=. Wat zwart dan wel moet spelen laat ik lekker aan de zwartspelers over; ik ga niet alles verklappen ;-).

14.dxe5 Pxe5

15.Lxh7+!

Deze zet had ik thuis al bestudeerd. (PB: Jeroen Bosch meldde dat de zet nog in meerdere eerdere partijen gespeeld is.)

15...Kh8

Een praktische zet, want dit kende ik niet meer: ik moest de rest zelf bedenken.

Wat als zwart het offer wel aanneemt? 15...Pxh7 16.Txe5! (iets sterker nog dan 16.Pxe5) 16...Pxg5 (16...Lxe5? 17.Dxd5+ Tf7 (17...Kh8? 18.Pxe5 dreigt 19.Pg6#) 18.Pxe5+-) 17.Txg5 Le6+- 18.Le3 en wit staat een gezonde pion voor.

16.Ph4!

Ik durfde het offer alsnog aan: de eigenschappen van de stelling zijn ongeveer hetzelfde.

16.Pxe5 Lxe5 17.g3! Pxh7 18.Pxh7 Kxh7 19.Dh5+ Kg8 20.Txe5±.

16...Pxh7

17.Txe5!

17.Pg6+ wint ook 17...Kg8 (17...Pxg6 18.Dh5 en mat) 18.Dxd5+ Pf7 19.Pxh7+-.

17...Pf6

17...Lxe5 18.Pg6+ Kg8 19.Dxd5+ Tf7 20.Pxe5+-.

18.Txd5! Lg4

18...Pxd5 19.Dh5+ Kg8 20.Dh7#.

19.Pg6+ Kg8 20.Db3 Lxh2+ 21.Kh1 Pxd5 22.Dxd5+ Tf7 23.Pxf7 Dxf7

24.Dg5

Uit.

Zwart hoopte waarschijnlijk op 24.Dxf7+ Kxf7 25.Kxh2 Kxg6 waarna het met pluspion tegen ongelijke lopers nog niet zomaar gewonnen is.

24...Ld6 25.Dxg4 Te8 26.Le3 Te6 27.Ph4

Zwart gaf op. Terugkijkend met de computer merk ik op dat wit geen fout heeft gemaakt. Eindelijk een perfecte winstpartij!

 

Uit klasse 3A, de wedstrijd Haren & Oostermoer-ZSG, een aardige koningsjacht na een correct torenoffer van de zwartspeler, dat eigenlijk niet aangenomen had mogen worden. Maar mogelijk was Anne Haitsma het passief verdedigen zat. "Gezegd moet worden dat zwart het (bijna helemaal) optimaal speelt, inclusief de minorpromotie", meent Grooten.

Anne Haitsma (1795) - Sjoerd Rookus (1762)

27...hxg3?!

Dit torenoffer komt mooi uit de verf, maar Ree voerde als bezwaar aan dat zwart een belangrijke aanvalstroef zou hebben opgegeven na 28.hxg3. Overigens heeft zwart dan nog steeds onaangename druk na bijvoorbeeld 28...Te3.

28.fxe4? Df2+ 29.Kh3 Dxh2+ 30.Kg4 Txe4+ 31.Kf3 Te6!

Dat moest zwart wel even vooruit hebben gezien, hoewel ook 31...Th4 goed voor hem is. Wit heeft geen verweer met zijn toren meer.

32.e3 Tf6+ 33.Kg4 g2 34.Dd1 Tg6+ 35.Kf3

35...g1P+

Een geintje - wit moet sowieso slaan.

36.Txg1 Txg1 37.Dd2 Tf1+ 38.Kg4 f5+

En net 1 zet voor het mat (toch gek) gaf wit op.