Uitspraak inzake bezwaar ZSC – Bergen op Zoom

Home / Uitspraak inzake bezwaar ZSC – Bergen op Zoom

De teamleider en het bestuur van Bergen op Zoom tekent bezwaar aan tegen de opstelling in combinatie met de functie van arbiter en het onsportief handelen van de speler/teamleider van ZSC op bord 4. Tevens vraagt Bergen op Zoom aan de KNSB om regelgeving inzake het meespelen van mindervalide spelers.

 

Het betreft de wedstrijd in de 4e ronde op 25 november 2017 in de 3e klasse G.

 

Ik heb kennis genomen van:

  • Het wedstrijdformulier d.d. 25 november 2017
  • Het bezwaar van de teamleider/bestuur van Bergen op Zoom (BoZ) d.d. 28 november 2017
  • Een verklaring van de teamleider/arbiter van ZSC d.d. 30 november 2017
  • Foto van de wenteltrap in de speellocatie.
  • Wedstrijdverslag van ZSC over de wedstrijd tegen BoZ
  • Indeling IC van SV Denk en Zet van vrijdag 24 november 2017
  • Correspondentie tussen ZSC en BoZ voorafgaande aan de wedstrijd van diverse personen. Deze wordt op hoofdlijnen door beide verenigingen erkend.
  • Emailcorrespondentie tussen CL KNSB, CL NBSB en betrokkenen BoZ voorafgaande de wedstrijd.
  • Beantwoording van vragen CL KNSB aan zowel ZSC als BoZ.

 

Ontvankelijkheid:

Het bezwaar is aangegeven op het wedstrijdformulier en tijdig volgens artikel 21.3 van het KNSB-competitiereglement ingediend. Het is derhalve ontvankelijk.

 

Samenvatting van de gebeurtenissen:

Voorafgaande aan de wedstrijd ZSC – Bergen Op Zoom is er zowel email als telefonische communicatie geweest tussen beide verenigingen, alsmede tussen de competitieleider van de KNSB en de NBSB.

 

Het blijkt dat de speellocatie van ZSC niet geschikt is om een mindervalide speler mee te laten spelen. Pogingen om die wedstrijd vooruit te laten spelen of de wedstrijd in Bergen op Zoom te laten spelen zijn mislukt. Tevens was er sprake van een probleem voor de thuisvereniging om een arbiter die niet meespeelt te vinden.

 

Het resulteerde uiteindelijk er in dat Bergen op Zoom daags voor de wedstrijd mededeelt dat zij met één speler minder komen waardoor één speler vrij is. Deze speler zou dan wedstrijdleider kunnen zijn.

Op de wedstrijddag is er inderdaad één speler minder en de tegenstander van deze speler treedt op als wedstrijdleider.

 

Het bezwaar:

BoZ wil maatregelen tegen het onsportieve en onreglementair handelen van de bord 4 speler van ZSC. Verder willen ze de uitslag van deze wedstrijd gewijzigd zien in een overwinning. Tot slot willen ze een reglementsaanpassing om deze problematiek te reguleren.

 

Overwegingen:

Het bezwaar bestaat uit diverse aspecten. Ik zal deze één voor één behandelen.

 

KNSB – Competitie en reglementering met betrekking tot mindervalide spelers:

 

Zoals aangegeven door mij en diverse personen in de communicatie vooraf: er is geen enkel artikel met betrekking tot. het reguleren van locaties die niet geschikt zijn voor het laten meespelen van mindervalide spelers. Het is derhalve een grijs gebied en is afhankelijk van de coöperatie van de tegenstander.

 

Ik ben van mening dat het mee laten spelen van mindervalide spelers een recht is en dat het een verplichting is aan een ieder om daar aan me te werken.

 

Hoe hier mee om te gaan binnen de KNSB-competitie? De competitieleider heeft niet het recht om het reglement eenzijdig aan te passen. Zijn taak is het om het reglement toe te passen en indien er noodzaak voor is krachtens artikel 2.1 van het KNSB-Competitiereglement beslissingen te nemen in onvoorziene gevallen.

 

Zoals aangegeven door mij in de week vooraf de wedstrijd, ben ik van mening dat om een partij te laten vooruit spelen dat de verzoekende partij dit zeer tijdig doet. De eerste melding die ik zie hierover is op donderdag 16 november. Dat is negen dagen voor de wedstrijd.

 

In het huidig reglement wordt geregeld in artikel 19 het vooruit spelen van een speler die uitgezonden wordt naar een evenement. Volgens artikel 19.6 dient de competitieleider en tegenstander minimaal twee weken voorafgaande aan de vooruit speeldatum een mededeling te ontvangen hierover. Voor het vooruit spelen van een gehele wedstrijd geldt een termijn van drie weken (artikel 17.2)

 

Ik vind derhalve dat een termijn van minder dan twee/drie weken te kort is om een tegenstander te verplichten om een partij vooruit te spelen. Ik vind dat er altijd een inspanningsverplichting is. Naar mijn mening is hieraan aan voldaan.

 

Met betrekking tot het aanpassen van de regelgeving heb ik in mijn communicatie naar BoZ laten blijken dat ik mij hiervoor ga inzetten. Dit dient echter zorgvuldig te gebeuren.

 

Toegankelijkheid van de speellocatie :

 

In het bezwaar wordt ook gemeld dat ZSC niet vooraf heeft laten weten dat de locatie niet toegankelijk was voor de beoogde speler. Dat is correct, maar de vraag is ook of dit een normale mededeling is in de beleving van de teamleider van ZSC. Ik kan me voorstellen dat dit probleem nog niet eerder voorgekomen is en daardoor niet bij de uitnodiging gemeld is.

 

Ik heb de foto gezien van de wenteltrap die genoemd wordt in de routebeschrijving van ZSC in de competitiegids. Deze trap is naar mijn mening een groot obstakel voor mindervalide spelers. Echter indien een teamleider weet dat hij een speler heeft die niet overal kan spelen, dan zou bij mij op basis van deze routebeschrijving hier vroegtijdig al bedenkingen hierover zijn. Zeker als het om een basisspeler gaat en niet een invaller.

 

Arbiterprobleem :

 

In de communicatie is meerdere keren de vraag gesteld door ZSC om in Bergen op Zoom de gehele wedstrijd te spelen. ZSC heeft namelijk geen wedstrijdleider beschikbaar. Deze uitnodiging wordt door Bergen op Zoom diverse malen geweigerd. Zij willen wel één wedstrijd vooruit spelen op de vrijdag voorafgaand aan de competitieronde en deze speler kan dan volgens Bergen op Zoom op zaterdag wedstrijdleider zijn. ZSC stelt dat zij een speler gevraagd hebben om vooruit te spelen, maar dat die wegens verplichtingen verhinderd is. In Scherpenisse vooruit spelen is wel mogelijk. Volgens BoZ hadden diverse spelers vooruit kunnen spelen op die vrijdag. Navraag bij ZSC hierover geeft mij de overtuiging dat ondanks de schijn dat het mogelijk was, het niet 100% duidelijk van te voren was dat het echt kon.

 

Opmerkelijk droevig gesteld vind ik de rol en de verplichtingen van de arbiter volgens de beide verenigingen in de email-communicatie. In de voorstellen hierover geeft BoZ min of meer goedkeuring om de speler die niet speelt op de wedstrijddag als wedstrijdleider op te treden.

 

Een wedstrijdleider die zelf speler is in de wedstrijd, is een rol die verboden is. Echter de ratio van deze regel is om belangenverstrengeling te voorkomen en de volle aandacht te hebben voor de taken in de wedstrijd als wedstrijdleider. Door het niet meespelen van de opgestelde speler wordt volgens mij voldaan aan deze achterliggende gedachte.

 

Besluit:

De uitslag van de partij aan bord 4 blijft onveranderd. Er worden geen sancties opgelegd.

 

De competitieleider gaat in samenspraak met de Scheidsrechtercommissie werken aan een richtlijn of een voorbereiding voor regelgeving zodat mindervalide spelers mee kunnen spelen in de KNSB-competitie.

 

Hoogachtend,
Paul Peters                                                                                                  15 december 2017
KNSB-competitieleider