door Peter Boel
In de zevende KNSB-ronde, een ronde waarin vele koningen in het midden sneuvelden, ‘klampte’ grootmeester Hugo ten Hertog ‘aan’ bij zijn collega Max Warmerdam: beiden hebben nu viermaal de New In Chess Schoonheidsprijs gewonnen! Hugo bereikte deze (voorlopige!) mijlpaal via een indrukwekkende zwartzege op Bart Gijswijt – een partij die jurylid Hendriks ‘grote klasse’ noemde, en dat zegt eigenlijk alles. Hij krijgt het New In Chess-boek Find Your Next Move: Candidate Moves and Thinking Tools in Chess van Sipke Ernst en Karel van Delft thuisgestuurd.
Bart Gijswijt – Hugo ten Hertog
(Paul Keres-HWP Haarlem)
Jurylid Willy Hendriks kon kort en bondig zijn: “Sterk/diepzinnig positioneel spel bekroond met een kwaliteitsoffer en aansluitende mataanval: grote klasse!”
Hoe kon het zo misgaan met wit in deze partij? Collega-jurylid Rick Lahaye deed een poging: “Na de opzet met 7…Da5 en 8…0–0 had Bart misschien moeten voortzetten met iets als 9.e4 en Le2 en f2-f4 erin gooien. Gaat zwart dan zoals in de partij vervelend doen op a4, dan kan wit de pion offeren met a2-a4 om de coördinatie van de zwarte dame, loper en paard te verstoren en dan zelf stormen in het centrum met e4-e5.”
1.d4 g6 2.c4 d6 3.Pf3 Lg7 4.Pc3 c5 5.d5 Lxc3+ 6.bxc3

6…Pf6
De zogenaamde Beefeater(Vleeseter)-verdediging. De bewakers van de Tower of London worden in Engeland ook Beefeaters genoemd. Wat dat met deze opening te maken heeft, weet ik niet, maar goed. Het idee voor zwart is om hier verder te gaan met 6…f5, maar Hugo heeft natuurlijk zo zijn eigen interpretatie.
7.Pd2 Da5 8.Db3 0–0 9.g3
Bart weigert het voor de hand liggende 9.e4 te spelen.
9…Pbd7 10.Lg2 Pb6 11.0–0 Ld7 12.Te1 La4 13.Db2 Tfe8 14.e4 e6

15.dxe6?
Een erg lelijke zet qua structuur, die zwart bovendien gratis druk op e4 geeft. Beter was 15.Lf1.
15…Txe6 16.Lh3 Tee8
Vooral niet 16…Te7?? 17.Pb3 Da6 18.Lg5 en dan blijkt er toch een addertje onder het gras te zitten!
Lahaye: “Nu kwam Bart er volgens mij achter dat zwart alles netjes onder controle had.”
17.Lf1 Da6 18.h3?! Te6! 19.Ld3 Tae8 20.Tf1 Lc6 21.f3 Pfd7

Ondanks de wat vreemde positie van de zwarte dame doet het zwarte stukkenspel toch zeer harmonisch aan.
22.Da3?! La4!?
Hij wil de dames op het bord houden en krijgt daarin gelijk. Thematisch was 22…Dxa3 23.Lxa3 Pe5 24.Le2 f5 met mooi drukspel voor zwart.
23.f4 f5! 24.exf5 Te3!
Een overval! Nu gaat het ineens heel snel en de witte dame op a3 staat veel slechter dan de zwarte op a6.
25.Tf3

25…Txd3! 26.Txd3 Pxc4 27.Pxc4 Dxc4 28.Te3 Txe3 29.Lxe3 De4 30.Dc1 Lc6
En de loper is een monster!
31.Kf2

Hm… ook hier neigt de verliezende koning naar het midden…
31…Pf6!
Fraai spel. Pionnen zijn minder belangrijk hier; het derde stuk moet bij de aanval betrokken worden.
32.fxg6
32.Dg1 Dc2+ 33.Ke1 Dxc3+ loopt ook helemaal mis, via de andere kant. Het is opvallend hoe hulpeloos de witte stukken zijn.
32…hxg6 33.c4 Df3+ 34.Ke1 Pe4 35.Tb1 Dh1+ 36.Ke2 Pxg3+ 37.Kd2 Dg2+ 38.Kd3 Le4+ 0–1
De volgende partij eindigde als gedeeld tweede: niet foutloos, wel een winst op karakter en een enorm spektakelstuk. “Zwart leek in een val te trappen direct na de opening maar in de enorme complicaties bleef hij knap overeind en wist zelfs de winst binnen te slepen,” schreef Hendriks.
Milan Mostertman – Saša Albers
(Apeldoorn-Groninger Combinatie)
1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 Pc6 6.Lg5 e6 7.Dd2 a6 8.0–0–0 Le7 9.Lxf6 gxf6 10.f4 Ld7 11.Le2 Pxd4 12.Dxd4 Da5 13.The1 0–0–0

14.Td3
Milan kiest voor de directe aanpak en ‘vergeet’ de standaardzet Kb1. Zo’n zet kan ook té standaard worden, natuurlijk, en hier (zonder zwarte paarden! waar zijn die gebleven??) lijkt de omissie geen gevolgen te hebben. Integendeel, zwart blijkt al in groot gevaar te zijn.
14…Kb8 15.b4!
Toch wat onverwacht maar beresterk.
15…Dc7

16.Pd5! exd5 17.Tc3
Dit kan dus geen stukoffer genoemd worden omdat de zwarte dame geen velden heeft. 17…Lc6 is nu te treurig voor woorden, dus neemt Sasa de sprong in het diepe:
17…Dxc3! 18.Dxc3 dxe4

Objectief is dit nog steeds uitstekend voor wit, maar zo’n monumentale verandering in de stelling is altijd geschikt om de speler die beter staat uit zijn mentale evenwicht te brengen.
19.Dd4 d5 20.Lxa6! Tc8
Slaan op a6 is uit den boze: wit pikt met Db6+xa6+ de a-pion mee en haalt de toren erbij en dat overleeft zwart niet. Albers weet nog nipt een verdedigingsbolwerk op te werpen.
21.Db6 Tc7 22.Te3 Thc8 23.Tc3

23…d4!
Het eerste venijnige prikje om wit te laten weten dat zwart ook nog meedoet. Psychologisch lastig te verwerken, zoiets.
24.Tc4!?
En een eerste wankeling. Een rechttoe-rechtaan winstvoering was 24.Txc7 Txc7 25.Lb5 Lxb5 26.Dxb5. Nu ziet 26…d3 27.c4 e3 er heel indrukwekkend uit, maar met de passieve zwarte stukken is het niets na 28.c5 e2 29.Kd2 of 28…d2+ 29.Kd1 en de pionnen vallen. Als zwart zijn loper op c5 offert en de pionnen van achteren kan dekken, houdt wit altijd te veel pionnen over.
24…La4!? 25.b5
En hier ziet 25.Kd2 Lxc2 (25…e3+ 26.Ke1) 26.Txd4 er behoorlijk safe uit, maar tegelijkertijd leeft zwart weer.
25…Lxc2! 26.Lxb7
Wit vertrouwt het niet meer en probeert het initiatief in handen te houden na 26…Txb7 27.Txc8+ Kxc8 28.Dc6+, wat volgens de engine na 28…Tc7 29.Da8+ op remise uitloopt. Maar nu kan zwart nog wat proberen:
26…La3+! 27.Kd2 e3+

28.Kxc2?
De beste zet was 28.Ke1 Txb7 29.Txc8+ Kxc8 30.Dxd4 met een interessante materiaalverhouding: wit wint ook de pion op e3 wel en de zwarte toren en lopers werken nog niet goed genoeg samen om wit in de problemen te brengen.
Of 28.Ke2 d3+ 29.Kxe3 Txb7 30.Txc8+ Kxc8 31.Dc6+ Kb8 32.Kf3! (een bizarre zet, maar hij maakt het schaakveld e3 vrij) 32…Lb4 33.De8+ Ka7 34.De3+ Tb6 35.Dd4 en er is nog van alles aan de hand, maar er verschijnen overal nullen op het scherm. Het lijkt er inderdaad op dat wit altijd wel genoeg schaakjes heeft. Maar beide varianten tonen aan dat zwart het momentum al naar zich toe heeft getrokken.
28…Txc4+ 29.Kd3
En dat is al de beslissende fout. De koning moest naar het ‘hol van de leeuw’ (het midden!): 29.Kd1!, waarna wit sterk 30.Da6 dreigt, bijvoorbeeld 29…Tc1+ 30.Ke2 d3+ 31.Kxd3 (anders 31…Lc5(+)) 31…T8c3+ 32.Ke4 Lc5 33.Dc6 Lb4 34.Db6 Lc5 en dit lijkt een soort status quo waaraan geen van beide zijden kan ontsnappen: remise.
29…Tc3+ 30.Ke2 Lc5!

31.Da6 Ta3
Dat is het verschil: de toren kan nu naar dit veld en de dame is meteen gevangen!
32.Lxc8 d3+ 33.Kf3 Txa6 0-1
Een opmerkelijke ommedraai.
“Vanuit de opening greep zwart het initiatief en met een paar fijne tactische pointes zette hij dat om in winst,” luidde het commentaar van Hendriks op de ‘andere nummer twee’. Minder spectaculair dan de vorige pot, maar, aldus Lahaye: “zwart speelde het heel erg sterk!”
Vincent Fructuoso Van der Veen – Sam Baselmans
(LSG-De Stukkenjagers)
1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.Pf3 0–0 6.Le2 Pa6
Deze set-up lijkt weer wat populairder te worden, althans op dit niveau.
7.0–0 e5 8.Te1 c6 9.d5 cxd5 10.cxd5 Pc5 11.Pd2 Pe8 12.b4 Pd7 13.Pc4 f5 14.Lb2
Een wat ongebruikelijk veld voor de loper. Vaak gaat hij naar d2, of, na a2-a4, naar a3.
14…Pb6!?
En deze had ook weer terug naar f6 gekund.

15.exf5
En dit is bijna nooit goed in de KID. Wit geeft veld e4 op. Beter was het voorzichtige 15.Pd2 met de bedoeling de a-pion op te spelen, waarna het zwarte paard ook maar het beste op zijn schreden kan terugkeren.
15…Pxc4!
Nu krijgt zwart dus gelijk.
16.Lxc4 Lxf5
Ook 16…gxf5 was aantrekkelijk, maar het Koningsindisch kan ineens exploderen in snel stukkenspel, en dat is waar Sam nu voor kiest.
17.De2 Tc8 18.Lb3 Dh4! 19.a3

19…Ld3!?
Een aardig motief, maar thematischer was de rustige aanvalsopbouw met 19…Pf6.
20.g3?
De engine wil wel op het schijnoffer ingaan: 20.Dxd3 Dxf2+ 21.Kh1 Dxb2 22.Pe4 en wit dreigt tegenspel te krijgen met La4. Na de tekstzet heeft wit de grootste moeite zijn stukken op het bord te houden.
20…Dd4! 21.Dd2

21…Lh6!
Het tweede loperoffer, en dit mag wit niet aannemen: 22.Dxh6 Dxf2+ en 23…Dxb2 verliest gewoon grof materiaal.
22.Te3 Lf5!
Een grappig motief; nemen op d4 is altijd dodelijk. Ook 22…Lc4! was daarom mogelijk.
23.De1 Lxe3 24.Dxe3 Dxe3 25.fxe3 a6
Met een volle kwaliteit meer is wit kansloos, maar het einde is nog aardig om te zien.
26.Tf1 Pf6 27.b5 Lh3 28.Te1 Tf7 29.Pd1 Pg4 30.b6 h6 31.e4 Tf3 32.Pc3 Tf2 33.Pd1

33…Tcf8
33…Tg2+ 34.Kh1 Tf8 forceert mat via …Tf3 en …Txh2+ en …Txg3. Het kwaliteitsoffer is onnodig maar nog steeds winnend.
34.Lc4
34.Pxf2 Txf2 35.Tb1 Tg2+ 36.Kf1 (36.Kh1 Pf2#) 36…Txb2+ was ook hopeloos.
34…Tg2+ 35.Kh1 Pf2+ 36.Pxf2 Tfxf2
En dit gaat wit nog meer materiaal kosten.
0–1
Oleksandr Dovgaliuk – Mark van der Werf
KNSB competitie 2025/2026, 2026
(LSG-De Stukkenjagers)
13…Kd8 was volgens de juryleden de boosdoener in deze partij. Een creatief idee, maar niet goed, zo luidde de conclusie.
(gebaseerd op aantekeningen van Oleksandr Dovgaliuk in het Stukkenjagers-verslag op Schaaksite)
1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Pc3 Pf6 4.a3 d5
De scherpe reactie. Wat nu volgt zou allemaal nog theorie zijn.
5.Lb5 Pxe4

6.De2
6.Pxe5? Dg5 7.Pxc6 Dxg2 zijn bekende stramienen – wit is al in groot gevaar hier.
6…Dd6 7.Pxe4 dxe4 8.Dxe4 Ld7 9.0–0?!
Beter was 9.d4 f5 10.De2 e4 11.Lxc6 Lxc6 12.Pe5 maar dat is “so draw” (Dovgaliuk).
9…0–0–0 10.Lxc6 Lxc6

11.Df5+
11.Dxe5? is al bijzonder triest voor wit na 11…Dg6 12.Dg3 Ld6.
11…Td7!
Een slim valletje, aldus de witspeler. Nu gaat immers 12.Pxe5 niet wegens 12…Dd5! en wit moet materiaal verliezen, bijvoorbeeld 13.f3 Ld6. En ook 12.Dxe5 Dg6! is weer niet speelbaar. Dovgaliuk vecht voor het initiatief:
12.d4! exd4
12…Df6! ziet er beter uit.
13.Te1

13…Kd8?
Een fout die, verrassend genoeg, al bijna beslissend is. In de post mortem werd gekeken naar 13…Le7 14.Pe5 Dd5 15.Dh3 Ld6 (15…Lf6!?) 16.Pxd7 Lxd7 17.Dh4, waarna zwart behoorlijke compensatie heeft voor de kwaliteit.
Een andere optie die de witspeler later aandroeg was 13…b6!? 14.Pe5 Dd5 15.Dh3 Ld6 16.Pxd7 Lxd7 en hier heeft zwart volgens de engine nog iets meer compensatie, terwijl het enige verschil de pion op b6 in plaats van b7 is.
14.Pe5
Nog iets nauwkeuriger was eerst 14.Lg5+ f6 (anders volgt wel Pe5) 15.Te6 Dd5 16.Lxf6+ Le7 (16…gxf6 17.Dxf6+ Kc8 18.Te8+ Td8 19.Txd8+ Dxd8 20.Dxh8) 17.Dxd5 Lxd5 18.Lxe7+ Txe7 19.Txe7 Kxe7 20.Pxd4 met goede winkansen voor wit in het eindspel.
14…Dd5
Nu komt het op hetzelfde neer. Iets taaier was (opnieuw!) een kwaliteitsoffer: 14…f6 15.Pxd7 Dxd7 16.Dxd7+ Lxd7 17.Td1 c5.
15.Lg5+ f6 16.Lxf6+ Kc8
Natuurlijk niet 16…gxf6 17.Dxf6+ Kc8 18.Pxc6 en zwart verliest materiaal.
17.Pxc6 bxc6 18.Te8+ Kb7 19.Dxd5 Txd5 20.Le7

Deze stelling is onhoudbaar voor zwart.
20…Tf5 21.Td1 c5 22.g4 Tf4 23.Lxc5 Txg4+ 24.Kf1 Tf4 25.Lxd4 h5 26.Le3 Tf5 27.Tdd8 a5 28.b4 axb4 29.axb4 g6

30.c4!
Het echte probleem voor zwart is zijn koning! schrijft Dovgaliuk.
30…h4 31.Tb8+ Kc6 32.b5+ Kd7 33.Tbd8#
Kan een schaker toch pech hebben?
Ik ben altijd van mening geweest dat er geen pech bestaat in het schaken, wel geluk. Maar deze partij bracht mij toch aan het twijfelen. Wat als je tegenstander vlak na de opening in een moment van verslapping een stuk in de aanbieding doet – en je ziet dat, maar vervolgens zie je ook dat hij er best gevaarlijke compensatie voor krijgt? De praktische beslissing waarvoor je komt te staan is uitermate lastig: sla je het stuk af, met het risico dat je teamgenoten je na de partij uitlachen? Of ga je er toch schoorvoetend op in, in de wetenschap dat je een paar uur ondankbaar keepwerk tegemoet kunt zien? Dat is het duivelse dilemma waar Thomas Willemze voor kwam te staan in deze partij.
Overigens maakte de foto bij het wedstrijdverslag op Schaaksite, geschreven door de witspeler, Sjoerd van Roon, mij in één klap volstrekt duidelijk wat hier was gebeurd. We zien Sjoerd voor de partij aan een smakelijke portie kibbeling. Elke schaker weet dat dit funest is voor de concentratie!
Geen schoonheidsprijs dus, maar wel een vermakelijk potje. En een beetje geluk voor Sjoerd.
Sjoerd van Roon – Thomas Willemze
(LSG-De Stukkenjagers)
1.e4 c6 2.d4 d5 3.Pc3 dxe4 4.Pxe4 Pd7 5.Pg5
Het begin belooft al wel iets.
5…Pgf6 6.Ld3 e6 7.P1f3

7…Ld6
Na 7…h6? heeft wit ook een stukoffer: 8.Pxe6! De7 9.0–0 fxe6 10.Lg6+ Kd8 11.Lf4 b5 12.a4 Lb7 13.Te1 Pd5 14.Lg3 Kc8 15.axb5 cxb5 16.Dd3 Lc6 17.Lf5 exf5 18.Txe7 Lxe7 19.c4 1–0 was de beruchte partij Deep Blue-Kasparov, New York 1997.
8.0–0 h6 9.Pe4
Hier is 9.Pxe6 onvoldoende na bijvoorbeeld 9…fxe6 10.De2 Kf7 11.Pe5+ Kg8 12.Pg6 Pf8 13.Pxh8 Kxh8 . Het verschil moge duidelijk zijn: de zwarte f8-loper is al ontwikkeld en de koning heeft al een min of meer veilig veld op f8.
9…Pxe4 10.Lxe4 c5 11.Le3!? c4!?

Dit doet toch vermoeden dat Willemze al iets slinks aan het plannen was. De terugtocht van de e4-loper wordt afgesneden en 12…f5 dreigt(?!).
12.Pd2 Dc7
Nu natuurlijk niet 12…f5?? 13.Pxc4.
13.De2?!

13…f5!
En op 14.Lf3 wint 14…f4 een stuk! Van Roon schrijft: “[Na deze zet] heb ik meer dan 40 minuten naar de stelling zitten kijken; ik had dit toch niet zo moeten toelaten, maar ik had wel compensatie. Het grappige was dat ik later hoorde dat de meeste van mijn teamgenoten wel vertrouwen hadden in mij met de witte stelling.”
14.Lxf5 exf5 15.Lf4+ Kd8?!
15…Kf7 “voelde fout aan” (Van Roon) maar was het sterkst: 16.Lxd6 Dxd6 17.Pxc4 (17.Dxc4+ Kg6 is geen probleem voor zwart; de koning kan snel naar h7) 17…Df6 en alle invalsvelden zijn gedekt; wit kan zijn aanval niet goed versterken. Op d8 staat de koning meer bedreigd en het duurt ook veel langer om hem in veiligheid te brengen.
16.Lxd6 Dxd6 17.Pxc4

Allemaal happy moves voorlopig.
”Sjoerd is een typische speler die als het even kan het bord graag mag opblazen,” meldde Lahaye. “Of het offer nou klopt of niet, hij lokt zijn tegenstander in een mijnenveld en die zoekt het daarna maar uit. Een succesvolle strategie deze keer. Thomas dacht: een pion is een pion…”
17…Dxd4?
“… en sloeg met zijn hand op een bom.”
Dit lijkt suïcidaal, ook als het goed zou zijn – wat het niet is. Na een zet als 17…Dc7 krijgt wit wel een langlopende aanval, maar kan zwart zich voorlopig prima verdedigen, bijvoorbeeld 18.Tfe1 Pf6 19.Pe5 Te8 20.Tad1 Ld7.
18.Tfe1 Kc7 19.Tad1 De4 20.Df1!
Die dame komt wel weer terug in het spel, terwijl de witte torens al als twee Scudraketten gereed staan om dood en verderf te zaaien. U begrijpt dat ik niet op de hoogte ben van de modernste vernietigingswapens, en dat wil ik graag zo houden.
20…Dc6 21.Te7 Td8 22.De2

Dreigt 23.De5+, en op 22…Kb8 zijn de penningen na 23.Pe5 dodelijk. Het is al klaar.
22…b5 23.De5+ Kb7 24.Pa5+ Kb6

25.Pxc6 Pxe5 26.Pxd8 Pc4 27.b3 Pa3 28.c3 f4 29.Txg7 Lf5

Laat sportief een elegant matje toe.
30.Td6+ Kc5 31.Pb7#
Theo Kudernac – Edim Salihbegovic
(Klasse 4A, SISSA-Staunton 2)
Deze ingezonden partij uit de vierde klasse had zijn leuke momenten. Hendriks: “Na wat mindere verdedigingszetten werd wit snel kaalgeplukt.” Het eindigt met een aantrekkelijke truc/tegentruc.
1.e4 c6 2.d4 d5 3.exd5
Oh nee, het is… de Afruilvariant!
3…cxd5 4.Ld3 Pc6 5.c3 Dc7 6.Pa3 a6 7.Pc2 Pf6 8.Pe2

8…e5!? 9.dxe5 Pxe5 10.Lf4
Nu kan zwart lekker doorontwikkelen. Een tikje beter lijkt 10.Lg5 Le7 11.0–0.
10…Ld6 11.Lg3 Lg4
Ook 11…h5!? lijkt niet mis hier.
12.Pcd4
Wit verliest wat tijd en vergeet te rokeren; dat komt hem duur te staan.
12…0–0 13.Lc2 Tfe8

14.f3?!
Objectief prima is nu 14…Ld7, maar wit vraagt erom!
14…Pxf3+!? 15.gxf3 Lxg3+ 16.hxg3 Lxf3

17.Tg1?
Laatste kans voor 17.0–0 en terwijl dit aardige curiosa zou hebben opgeleverd, was het ook de beste zet! Bijvoorbeeld 17…Lxe2 18.Pxe2 Te3 19.Tf2 Tae8 20.Tg2 en er is niet direct iets doorslaggevends voor zwart te zien, hoewel hij prima compensatie houdt na bijvoorbeeld …Pf6-g4-e5. 20…Db6 oogt sterk maar haalt niet zoveel uit na 21.Pd4.
17…Lxe2 18.Pxe2 Db6 19.Tf1 Dxb2?
Een klein vlekje, dat wit met 20.Tf3! had kunnen uitwrijven. Thematisch en sterk was 19…Te7 en verdubbeling op de e-lijn.
20.Tb1? Dxc3+ 21.Dd2 Dxg3+ 22.Kd1 Dg2 23.Tg1 Dh2 24.Tf1 Dg2 25.Tg1 Dh2 26.Tf1

26…b5
Direct 26…Pg4 was prima, maar in deze stelling heeft zwart alle tijd.
27.Tb3 Pe4 28.Dd4
Na 28.Lxe4 dxe4 is wit ook bepaald niet blij met de opening van de d-lijn.
28…Tac8 29.Txf7
Een wanhoopsoffer.
29…Dh1+ 30.Pg1 Kxf7 31.Dxd5+ Kf8

32.Tf3+
Wat nu…? Na 32…Pf6 33.Txf6+ is zwart gefopt!
32…Dxf3+!
En opgegeven wegens het vorkje op c3.

